Aanmelden

Fysieke belasting: wat houdt dat in?


Fysieke belasting is de belasting die het houdings - en bewegingsapparaat van mensen (rug, nek, schouders, le dematen, gewrichten en spieren) ondervindt tijdens fysieke arbeid. Fysieke belasting op zich is niet gezondheidsbedreigend, fysieke overbelasting wel. 

Fysieke overbelasting hangt samen met: 

  • de aard en de duur van de ingenomen werkhouding;
  • de grootte van de uitgeoefende krachten;
  • de frequentie waarmee een taak wordt uitgevoerd.


Niet alleen te zwaar of te vaak tillen en/of dragen kan dus fysieke overbelasting geven, maar ook werken in een slechte werkhouding. Overbelasting van het houdings- en bewegingsapparaat kan zorgen voor gezondheidsklachten en blijvende invaliditeit. Dit leidt tot verzuim en uitval uit het arbeidsproces.

Binnen de grafimedia zijn de belangrijkste risico’s voor fysieke overbelasting:


Tillen en dragen

Werknemers die elke dag tillen en dragen hebben een grotere kans op rugklachten dan werknemers die dat niet doen. Bijna de helft van het verzuim wordt veroorzaakt door klachten aan rug, nek en ledematen. Het is dus belangrijk dat uw werknemers op de juiste manier tillen en dragen. Bij tillen, dragen, duwen, trekken en knijpen wordt het menselijk lichaam behoorlijk belast. In de grafimedia branche komt tillen en dragen het meest voor.

In drukkerijen is het tillen van te grote stapels papier, inktblikken, zware stansrollen of drums met wasmiddelen een grote fysieke belasting waarbij vooral de lage rug zwaar belast wordt. In de ideale situatie wordt dan ook niet getild. Als er toch getild moet worden dan moet dat met twee handen en rechtop staand gebeuren. De ondergrond moet stabiel en niet glad zijn. De last is op een eenvoudige manier vast te houden door middel van handvatten of doordat het niet te dik is om de vingers er omheen te leggen (zoals pakken papier). Tijdens het tillen mag de rug niet worden gedraaid. Houdt de last dicht tegen het lichaam om te voorkomen dat er een te grote druk op de onderrug ontstaat.


Duwen, trekken en knijpen 

Bij duwen, trekken en knijpen oefent iemand met zijn hand(en) kracht uit op een object; daarbij gaat de kracht in dezelfde richting als het object. Bij duwen is deze kracht van het lichaam af gericht, terwijl deze bij trekken juist naar het lichaam toe is gericht. 

Er bestaat onderscheid tussen: 

  • duwen en trekken waarbij het lichaam stil blijft staan (in een staande of zittende werkhouding); 
  • duwen en trekken waarbij het gehele lichaam in beweging komt en in dezelfde richting meebeweegt (zoals bij het duwen of trekken van een palletsteekwagen). 


Bij knijpen klemt iemand de vingers en de duim om een voorwerp heen, zodat hij grip heeft over een zo groot mogelijk oppervlak en veel kracht kan leveren. Dit wordt ook wel ‘power grip’ genoemd.


Werkhouding en staand werk 

Verkeerde werkhoudingen kunnen leiden tot gezondheidsklachten. Als het lichaam te lang achter elkaar in een onhandige houding staat, is dit belastend omdat spieren moeten worden aangespannen om die houding te handhaven. Voorbeelden van risicovolle werkhoudingen in onze sector zijn lang staan of zitten bij controle- of inpakwerk, gebogen, geknield of gehurkt werken tijdens onderhoudswerkzaamheden of reiniging van machines. Ook langdurig staan valt onder ‘verkeerde’ werkhoudingen. Bij langdurig staan zakt het bloed onder invloed van de zwaartekracht naar de onderbenen. Door de bemoeilijkte terugstroom van het bloed uit de benen naar het hart ontstaan jeukende, vermoeide en loodzware benen en uiteindelijk een hogere kans op spataderen. En voor zwangere vrouwen is langdurig staan al helemaal taboe. 


Repeterende bewegingen 

Er is sprake van repeterend werk als de arm of een deel hiervan langer dan een uur aaneengesloten of twee uur per werkdag, min of meer in een hoog tempo dezelfde beweging in de ruimte maakt. Voorbeelden van repeterend werk zijn beeldschermwerk (o.a. data-invoer), inpakwerk, productiewerk en stickeren.

Repeterende handelingen kunnen uiteindelijk leiden tot RSI-aandoeningen (Repetitive Strain Injury) of klachten aan de armen, nek en schouders ontstaan. Een nieuwe naam voor RSI is KANS.

KANS staat voor: Klachten over Arm, Nek en Schouder: KANS).

Bij RSI/KANS worden 3 fasen in klachten onderscheiden: 

  1. Stijfheid, ongevoeligheid, (zenuw-)tintelingen, soms in combinatie met zeurderige of licht stekende pijn. De klachten tijdens het werk zijn de volgende dag weer verdwenen, maar keren terug bij vergelijkbare werkbelasting.
  2. De klachten zijn niet meer de volgende dag over. Bijna voortdurend zeurderige pijn, ook wanneer de belastende werkzaamheden een tijdje niet zijn uitgevoerd. Bij een langere rustperiode (b.v. een vakantie) verdwijnt de pijn (nog) wel. In alle gevallen neemt de pijn bij rust af. 
  3. Constante zeurderige pijn, vaak in combinatie met afname van kracht en minder goede spierbeheersing. Vaak is de pijn afwisselend stekend en zeurend. Bij belasting neemt de pijn toe, bij rust verdwijnt de pijn niet meer. In ernstige gevallen wordt men 's nachts regelmatig wakker van de pijn


Verder bladeren

[Lees verder]