Aanmelden

Opslag van gevaarlijke stoffen

Aan de opslag van gevaarlijke stoffen worden veel eisen gesteld. De wettelijke bepalingen omtrent opslag van gevaarlijke stoffen in emballage zijn vastgelegd in de PGS 15 richtlijn (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15). De PGS 15 geeft richtlijnen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. De richtlijn onderscheidt een aantal opslagvoorzieningen, zie de Themabrochure Gevaarlijke Stoffen voor nadere informatie.


Het gelijkwaardigheidbeginsel

De PGS 15 is geen wet maar een richtlijn. In bepaalde gevallen mag van deze richtlijn worden afgeweken. Dit heet het zogenaamde gelijkwaardigheidbeginsel. Dit betekent dat je andere maatregelen met minimaal een gelijkwaardige bescherming van het milieu, arbeidsbescherming of brandveiligheid kunt treffen dan die in PGS 15 zijn opgenomen.


Ondergrenzen en werkvoorraden

In de PGS 15 richtlijn is één begrip voor met name kleinere bedrijven van groot belang: de 'ondergrens' . Daarbij is rekening gehouden met enerzijds de gevaarsaspecten van bepaalde stoffen en anderzijds met de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die voor een goede bedrijfsvoering als werkvoorraad mag worden beschouwd. Zie voor de precieze regels de Themabrochure Gevaarlijke Stoffen. Zo maar – zonder voorzieningen – stoffen opslaan op de werkvloer mag alleen als het gaat om een hoeveelheid die als werkvoorraad kan worden beschouwd - en dan nog altijd boven een lekbak. Een relevante werkvoorraad is de voorraad gevaarlijke stoffen die ten behoeve van de bedrijfsvoering/productie in een productieruimte/werkruimte of nabij een procesinstallatie of afvulinstallatie is opgesteld. De werkvoorraad moet in principe zijn afgestemd op het verbruik van één dag of één batch.


Opslagvoorzieningen

De PGS 15 richtlijn maakt onderscheid tussen inpandige en uitpandige opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen. In de praktijk komen we deze opslagvoorzieningen in allerlei vormen tegen, zoals kluizen, brandveiligheidsopslagkasten, inloopkluizen, vatenboxen of opslagruimten voor gasflessen.

Opslageisen m.b.t de calamiteitenbak

Opslagvoorzieningen moeten zodanig zijn geconstrueerd dat gelekte of gemorste gevaarlijke vloeistoffen er redelijkerwijs niet uit kunnen. Daarnaast moet de calamiteitenbak ook bestand zijn tegen de daarboven opgeslagen stoffen.

Opslageisen m.b.t gescheiden opslag/compartimentering

Gevaarlijke stoffen en CRM-stoffen, die met elkaar gevaarlijke reacties kunnen aangaan, moeten gescheiden worden opgeslagen (CRM staat voor carcinogene, reprotoxische en mutagene stoffen). De Themabrochure Gevaarlijke Stoffen geeft nadere bijzonderheden. 

Opslageisen m.b.t . de overtapruimte

Vaak vinden in de opslagvoorziening aftap- of overtapwerkzaamheden plaats. In principe is dat niet toegestaan, tenzij het gaat om monsterneming, bestrijding van een lekkage of calamiteit. Ompakken mag alleen als de primaire verpakking niet wordt geopend.

Opslageisen m.b.t . de veiligheidssignalering

De PGS-richtlijn schrijft voor dat aan de buitenzijde van een opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen, nabij de toegangsdeur(en), duidelijk zichtbaar waarschuwingsborden worden geplaatst die het gevaar van de opgeslagen gevaarlijke stoffen aanduiden. Bij alle opslagvoorzieningen moet het verbodsbord "vuur, open vlam en roken verboden" zijn aangebracht.

Opslageisen m.b.t . de toegangsdeur

De PGS-richtlijn schrijft voor dat een toegangsdeur tot een betreedbare opslagvoorziening van buitenaf met een slot en sleutel of op een andere gelijkwaardige wijze afsluitbaar moet zijn, maar van binnenuit zonder sleutel geopend moet kunnen worden.

Opslageisen m.b.t. ventilatie

Elke opslagvoorziening moet doelmatig zijn geventileerd, waarbij de afgevoerde lucht altijd naar de buitenlucht afgevoerd moet worden. De Themabrochure Gevaarlijke Stoffen geeft nadere informatie.

Opslageisen m.b.t. brandbeveiliging

Nabij elke deur van een opslagruimte moet een brandblusser van minimaal 6 kilo hangen. In de praktijk is een handblusser vaak voldoende.

Explosieveiligheid

In een opslagvoorziening moeten de wettelijke eisen ten aanzien van explosieveiligheid in acht worden genomen. Een gevarenzone-indeling kan hiervan onderdeel uitmaken. De eisen zijn opgenomen in het Arbeidsomstandighedenbesluit. In hoeverre deze wetgeving van toepassing is, is afhankelijk van de aard van de opgeslagen stoffen.

Inpandige opslagvoorziening, < 10.000 kg

Voor inpandige opslagvoorzieningen gelden ten aanzien van de opgeslagen hoeveelheden gevaarlijke stoffen een aantal eisen die nader zijn omschreven in de Themabrochure Gevaarlijke Stoffen.  

Uitpandige opslagvoorziening, < 10.000 kg

Voor uitpandige opslagvoorzieningen gelden een reeks eisen, zoals op het gebied van de brandwerendheid. Die zijn nader vermeld in de Themabrochure Gevaarlijke Stoffen.

Brandveiligheidsopslagkasten, > 10.000 kg

Bij opslagvoorzieningen voor meer dan 10.000 kg gelden uitgebreidere eisen, zoals op het gebied van de brandpreventie en -bestrijding, de opvang van bluswater en organisatorische maatregelen. De Themabrochure Gevaarlijke Stoffen geeft nadere informatie.

Gasflessen

Bij een aantal grafimedia bedrijven worden gasflessen met propaan gebruikt voor de brandstof voor vorkheftrucks. Ook voor de opslag van deze – en andere – gasflessen gelden voorschriften. Zie verder de Themabrochure Gevaarlijke Stoffen.

Spuitbussen

Vanwege het specifieke karakter van spuitbussen, en met name de risico’s bij brand, wijken de opslageisen af van opslagvereisten voor gevaarlijke stoffen in 'gewone' verpakkingen. Door zowel organisatorische als technische maatregelen kunnen de gevolgen van de risico’s van spuitflessen voorkomen of beperkt worden. De Themabrochure Gevaarlijke Stoffen geeft nadere bijzonderheden. 


Terug bladeren Verder bladeren
[Terug] [Lees verder]